Diabetes

Uit DiabetesWiki

(Doorverwezen vanaf Hoofdpagina)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het principe van een Wikipedia is dat deze door iedereen te bewerken is. Diabetesvereniging Nederland streeft ernaar dat dit ook voor de Diabeteswiki mogelijk is. DVN hecht echter ook veel waarde aan de correctheid van informatie. Als iedereen teksten kan toevoegen en bewerken, kan DVN geen garanties meer geven over de correctheid van de informatie. Dit vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en begeleiding. Daarom is het op dit moment nog niet mogelijk om teksten te bewerken.



Inhoud

Wat is diabetes?

De officiële naam voor diabetes of suikerziekte is diabetes mellitus. Letterlijk vertaald betekent de naam diabetes mellitus: honingzoete doorstroming: mellitus is honingzoet, diabetes is doorstroming. Diabetes is een chronische stofwisselingsziekte, die iedereen kan overkomen. Sommige mensen hebben wel meer kans om het te krijgen dan anderen.

Er zijn meerdere typen diabetes. De meest voorkomende zijn diabetes type 1 en type 2. Bij mensen met diabetes type 1 maakt het lichaam zelf geen insuline meer aan. Bij mensen met type 2 maakt de alvleesklier te weinig insuline aan of de insuline kan zijn werk niet meer goed doen. Type 2 komt met name voor bij ouderen en bij mensen met overgewicht, onder wie ook steeds vaker jonge kinderen en jongeren.

Risicofactoren voor het ontwikkelen van diabetes type 2 zijn een erfelijke aanleg, ernstig overgewicht, een ongunstige vetverdeling, gebrek aan lichamelijke activiteit, roken en voedingsfactoren. Vooral mensen die te veel verzadigd vet en te weinig onverzadigd vet en vezels eten, hebben een hoger risico op diabetes type 2. De toename van het aantal mensen met diabetes type 2 wordt vooral veroorzaakt door overgewicht. Type 2 is steeds meer een lifestyle aandoening. Risicofactoren voor het ontwikkelen van diabetes type 1 zijn nog nauwelijks bekend, maar waarschijnlijk spelen virussen, milieufactoren en voeding ook een rol. Erfelijkheid speelt slechts een heel beperkte rol.

Diagnose

Uw huisarts kan de diagnose diabetes vrij snel vaststellen door een druppel bloed uit uw vinger te nemen. Via een bloedglucosemeter bepaalt hij vervolgens hoe hoog uw glucosespiegel is. Is die hoger dan 11 mmol/l (millimol per liter), dan wordt de test herhaald. Bij de tweede test mag u acht uur van te voren niet eten of drinken. Is de glucosewaarde bij die tweede meting hoger dan 6,0 mmol/l, dan is er sprake van diabetes. De afkorting mmol/l staat voor millimol per liter. Deze maat, millimol, geeft de hoeveelheid bloedglucose per liter bloed aan. In sommige landen wordt een andere maat gebruikt. Namelijk mg/dl; milligram per deciliter.

Behandeling

Diabetes gaat niet over, maar kan gelukkig goed worden behandeld. De behandeling van diabetes is gericht op het verlagen (reguleren) van de bloedglucose. Deze behandeling zal in de praktijk levenslang nodig zijn.

Het soort behandeling hangt af van het type diabetes. Zo wordt diabetes type 1 behandeld met insuline en diabetes type 2 meestal alleen met bloedglucoseverlagende medicijnen. Een combinatie van tabletten en insuline en aanpassing van leefstijl komt ook voor. Bij diabetes kunt u veel zelf doen in de behandeling. Als u leert uw bloedglucose zo normaal mogelijk (tussen de 4 en 10 mmol/l) te krijgen en te houden (= reguleren) nemen de klachten af en zorgt u ervoor dat u zo gezond mogelijk blijft. Regelmatig contact met uw behandelaars kan u daarbij helpen.

U kunt zelf veel invloed hebben op de hoeveelheid glucose in uw bloed, door bijvoorbeeld te letten op de hoeveelheid koolhydraten die u eet en door regelmatig te bewegen. Zelfcontrole en zelfregulatie zijn belangrijke onderdelen van de behandeling van diabetes.

Overgewicht is een belangrijke oorzaak voor het ontwikkelen van diabetes type 2. In de behandeling van diabetes type 2 is gewichtsafname dan ook een belangrijk aandachtspunt; wie afvalt, hoeft soms geen medicijnen meer te gebruiken.

Waar moet u op letten?

Diabetes kan allerlei complicaties tot gevolg hebben. Problemen met de voeten, verminderde functie van de nieren (nefropathie), beschadigde zenuwen (neuropathie), problemen met de ogen (retinopathie) en een grotere gevoeligheid voor infecties zijn zulke complicaties.

Bij alle typen diabetes bestaat het risico op hypo’s en hypers: een sterke daling (hypo) of stijging (hyper) van de bloedglucosespiegel. Als een hyper lang duurt of een hypo ernstig is, bestaat het risico dat u in coma raakt.

In het lichaam

Heeft u diabetes, dan heeft u te veel glucose in uw bloed. Ofwel: uw bloedglucosespiegel is te hoog. Veelvoorkomende klachten zijn dan extreme dorst, vaak plassen, moeheid, afvallen en je beroerd voelen. Bij iemand zonder diabetes maakt de alvleesklier insuline aan en die insuline zorgt ervoor dat de hoeveelheid glucose in het bloed constant blijft. Bij iemand mét diabetes wordt er echter te weinig of geen insuline meer aangemaakt. Dat kan verschillende redenen hebben:

  • Er wordt helemaal geen insuline aangemaakt door de alvleesklier. Hierdoor wordt er geen glucose opgenomen in het lichaam en blijft er te veel glucose in het bloed.
  • Het lichaam is ongevoelig geworden voor insuline. Daardoor wordt er te weinig glucose door de verschillende delen van het lichaam opgenomen. Ook in dit geval blijft er te veel glucose in het bloed.

Glucose

Glucose is een van de belangrijkste energiebronnen voor het lichaam. We krijgen glucose binnen via het voedsel. Onze voeding bestaat onder meer uit koolhydraten. Dit is de verzamelnaam voor alle suikers die in de voeding voorkomen. Koolhydraten uit de voeding worden in het maag-darmkanaal in zulke kleine stukjes verdeeld, dat je ze niet meer kunt zien: glucose. Via de lever komt de glucose in de bloedbaan en wordt het vervolgens naar de lichaamsweefsels, bijvoorbeeld spieren en organen, vervoerd. Het ‘transporthormoon’ dat dit doet, heet insuline. Doordat de lichaamsweefsels van glucose worden voorzien, krijgt u energie om te kunnen nadenken en groeien. Het teveel aan glucose komt als reserve in de lever en kan worden omgezet in vetten.

Insuline maakt de lichaamscellen toegankelijk voor glucose. Wanneer er geen of onvoldoende insuline in het lichaam is, heeft het lichaam moeite om de glucose in de lichaamscellen op te nemen. Dan stijgt de hoeveelheid glucose in het bloed: u krijgt een te hoge bloedglucosespiegel. Hierdoor ontstaan er allerlei klachten, zoals dorst, veel plassen, u beroerd voelen, afvallen, u moe voelen. En op langere termijn kunnen er allerlei complicaties ontstaan.

Insuline

Alvleesklier

De alvleesklier is een belangrijk orgaan in het lichaam. De alvleesklier is een hormoonklier. Hij is ongeveer vijftien centimeter lang en een tot drie centimeter dik. De alvleesklier ligt tussen de maag en de dunne darm in. Hier bevinden zich de bètacellen, in de zogeheten ‘eilandjes van Langerhans’. Zij produceren het hormoon insuline zodra glucose in de bloedbaan komt. De bètacellen zorgen ervoor dat de juiste hoeveelheden insuline aan het lichaam worden afgegeven. Bij mensen met diabetes maakt de alvleesklier te weinig of geen insuline meer aan of reageren de cellen niet goed op de insuline. Daardoor wordt de hoeveelheid glucose in het bloed te hoog.

Insuline

Insuline transporteert de aanwezige glucose in het bloed naar de lichaamscellen. Ook zorgt insuline ervoor dat de lever niet te veel glucose aan het bloed afgeeft. Tenslotte zorgt insuline ervoor dat een teveel aan glucose in de lever als reserve kan worden opgeslagen.

Mensen hebben 24 uur per dag een klein beetje insuline nodig om de bloedglucosespiegel stabiel te houden. Dit wordt de basale insulinebehoefte genoemd. Extra insuline is nodig bij maaltijden of tussendoortjes. Minder insuline is juist weer nodig bij inspanning. Er zijn veel factoren van invloed op de insulinebehoefte. Het aantal koolhydraten, maar ook de hoeveelheid beweging, de temperatuur, ziekte of stress. Bij iemand die geen diabetes heeft, regelt het lichaam dit allemaal zelf.

HbA1c

Een belangrijk middel om te onderzoeken of het behandelplan goed werkt, is het HbA1c. Uw behandelaar zal deze waarde ieder kwartaal vaststellen. Het HbA1c is een percentage dat een indruk geeft van de gemiddelde bloedglucosespiegel over de afgelopen periode. De streefwaarde is een HbA1c van < 53 mmol/mol (tot 6 april 2010 uitgedrukt als 7%). In deze omrekentabel kunt u de oude en de nieuwe HbA1c-waarde gemakkelijk omrekenen. (Bron: Nederlandse Diabetes Federatie).

HbA1c is een afkorting voor het hemoglobine van het type A1c in het bloed. Hemoglobine is een onderdeel van de rode bloedcellen en vervoert het zuurstof in ons lichaam. Daarnaast hecht het zich aan de glucose in het bloed. Hoe meer glucose er is in het bloed, hoe hoger het HbA1c. Omdat de rode bloedcellen twee tot drie maanden leven, is het HbA1c een goede maat voor de gemiddelde bloedglucosewaarde van de afgelopen twee tot drie maanden. Hoe hoger het glucosegehalte de afgelopen periode is geweest, des te hoger het HbA1c.

De HbA1c waarde is niet hetzelfde als de bloedglucosewaarde die met een bloedglucosemeter (bloedsuikermeter) gemeten wordt. Een gemeten bloedglucosespiegel is een momentopname en zegt iets over de toestand op dat moment. Een HbA1c meting kan de zelfcontrole van de bloedsuikerwaarde niet vervangen.

Een situatie waarin iemand afwisselend veel hypo’s en hypers heeft, kan onterecht voor een goed gemiddelde zorgen en dus een goede HbA1c waarde geven. Ook kan iemand bijvoorbeeld een te hoge HbA1c waarde hebben, terwijl er meestal een goede bloedsuikerspiegel gemeten wordt. Dit kan betekenen dat tussen de metingen door, bijvoorbeeld na de maaltijd of ’s nachts, tóch te hoge waarden voorkomen.

Kijk op de website van DVN

In cijfers

Hoeveel mensen hebben diabetes?

Ongeveer 1.000.000 Nederlanders hebben in 2012 diabetes mellitus. Jaarlijks neemt dat aantal met 71.000 toe. Dat zijn bijna 200 mensen per dag en dat aantal stijgt nog steeds. Van die 1 miljoen hebben 900.000 mensen diabetes type 2 en hebben 100.000 mensen diabetes type 1 of een ander type diabetes. Zo'n 250.000 mensen weet echter niet van zichzelf dat ze diabetes hebben. Diabetes komt vaker voor bij mensen van Hindoestaans-Surinaamse afkomst dan bij autochtone Nederlanders.

Op dit moment hebben zo'n 15.000 kinderen en adolescenten diabetes. Jaarlijks wordt bij circa 560 kinderen van 0-14 jaar de diagnose diabetes type 1 gesteld. Kinderartsen schatten dat 5% van de kinderen diabetes type 2 heeft; zij bevinden zich in de leeftijd 0-12 jaar. Dit zijn ongeveer 350 kinderen (bron: Nederlandse Diabetes Federatie).

Marokkaanse kinderen hebben een hoger risico op diabetes type 1 dan Nederlandse kinderen. Kinderen van Surinaamse en Turkse afkomst hebben daarentegen een lager risico dan Nederlandse kinderen.

Cijfers over diabetes van het RIVM (2009): Rapport Diabetes tot 2025 preventie en zorg in samenhang

Diabetes neemt toe

Het aantal mensen met diabetes is sinds de tweede helft van de jaren negentig sterk gestegen, dit geldt zowel voor diabetes type 1 als type 2. Het aantal Nederlanders met diabetes mellitus zal in 2025 ongeveer 1,4 miljoen bedragen. Van de 1,4 miljoen mensen met diabetes heeft 90% diabetes type 2. Daarnaast heeft 73% behalve diabetes ook nog minstens één aan diabetes gerelateerde aandoening, zoals hart- en vaatziekten of nierfalen. Dit volgens een onderzoek van de RIVM in 2009.


Wat doet Diabetesvereniging Nederland

Voor iedereen met diabetes en hun omgeving is er Diabetesvereniging Nederland (DVN). DVN ondersteunt leden op allerlei manieren in hun strijd voor goede zorg en een beter leven. En dat al meer dan 65 jaar.

Sinds DVN bestaat, is er veel verbeterd in de diabeteszorg. Maar die zorg moet nóg beter, want als er altijd en overal goede diabeteszorg in Nederland beschikbaar is, kunnen álle mensen met diabetes beter en langer leven. DVN zet zich daarvoor op alle fronten in. DVN helpt u om uw diabetes en uw leven goed te regelen. Dat kunnen we beter doen als we iedereen met diabetes vertegenwoordigen. Aarzel dus niet en word lid!


DVN websites

DVN.nl

De website van Diabetesvereniging Nederland ga naar www.dvn.nl

DiabetesTrefpunt.nl

Het DiabetesTrefpunt is dé online community voor iedereen die met diabetes te maken krijgt. Je kunt er terecht voor vragen, ervaringsverhalen en tips over leven met diabetes.

DVNwinkel.nl

Voor al uw diabetes hulpmiddelen! Testmateriaal, injectiemateriaal, pomptoebehoren, accessoires. Klik hier om naar het DVNwinkel te gaan.

Mijnzorgpagina.nl

Mijn Zorgpagina is dé site voor iedereen met diabetes, een nierziekte of een hart- en vaataandoening. U vind hier informatie die betrouwbaar en begrijpelijk is. Klik hier om naar de Mijnzorgpagina te gaan.

Sugarkids.nl

Kinderen kunnen hier ervaren hoe hun leeftijdsgenoten omgaan met diabetes. Ook kunnen ze kleurplaten en knutselpakketten downloaden, informatie opzoeken over diabetes en de vakantieweken van Diabetesvereniging Nederland (DVN) en vragen stellen aan onze mascotte Sam. Klik hier om naar Sugarkids te gaan.

Persoonlijke instellingen