I

Uit DiabetesWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

I

IADM

Insuline-afhankelijke diabetes mellitus.

Immunosuppressiva

Geneesmiddelen die afstotingsreacties tegengaan door het afweersysteem als het ware stil te leggen.

Immuunsysteem

Afweersysteem.

Impotentie

Verlies van vermogen tot peniserectie en/of zaadlozing. Sommige mannen met langdurige diabetes worden impotent omdat de zenuwbanen beschadigd raken. Zie ook Seksualiteit.

Injectie

Vloeistof in het lichaam brengen door middel van een naald en een spuit. [Insuline]] gebruikende diabeten injecteren (spuiten) de insuline door de naald in het onderhuidse weefsel te steken (= subcutaan). Twee andere manieren van injecteren zijn: intraveneus (in een bloedvat) en intramusculair (in een spier).

Injectieplaatsen

Plaatsen op het lichaam waar de insuline het makkelijkst kan worden gespoten zijn:

  • de bovenarmen
  • de bovenbenen
  • de buik
  • de billen

Regelmatig wisselen van injectieplaatsen wordt aanbevolen. Gebruik steeds hetzelfde lichaamsdeel op hetzelfde tijdstip van de dag, waarbij het niet uitmaakt in welke arm, bil, de plaats op de buik of welk been wordt gespoten. Daarmee worden onderhuidse verdikkingen (= insuline- hypertrofie) en huidintrekkingen (= insuline-atrofie) voorkomen.

Instabiele diabetes

Diabetes waarbij het bloedsuikergehalte sterk schommelt van hoog naar laag en omgekeerd.

Insuline

Hormoon dat wordt gemaakt in de beta-cellen van de Eilandjes van Langerhans. Zorgt ervoor dat glucose uit het bloed de cellen in de weefsels in kan gaan en verlaagt zo de bloedglucosewaarde.

Insuline-afhankelijke diabetes

Zie type 1 diabetes.

Insuline-atrofie

Kleine huidintrekkingen tengevolge van herhaalde insuline-injecties op dezelfde plaats. Op zich een onschuldige afwijking.

Insuline-hypertrofie

Kleine bultjes tengevolge van herhaalde insuline-injecties op dezelfde plaats.

Insulinepen

Wordt gebruikt om insuline te injecteren. Is verkrijgbaar in verschillende vormen en merken, afhankelijk van het soort en merk insuline dat wordt gebruikt. Een pen is voorgevuld met insuline. De te injecteren hoeveelheid is eenvoudig in te stellen.

Insulinepomp

Apparaatje dat insuline continue en automatisch via een slangetje met een naaldje onder de huid inspuit.

Insuline-receptoren

Gebieden aan de buitenkant van een cel, waaraan insuline uit het bloed zich kan binden. Wanneer de insuline zich bindt, kan de cel de suiker (glucose) uit het bloed opnemen en omzetten in energie.

Insuline-resistentie

Het lichaam is ongevoelig geworden voor insuline. Wanneer dit het geval is, zijn hoge doses insuline nodig om een daling van het bloedsuiker (glucose-)gehalte te bewerkstelligen (200 eenheden of meer per dag). Komt voor bij diabeten die te zwaar zijn en verbetert vaak na gewichtsverlies.

Insulinoma (Insulinoom)

Een tumor van de b├Ętacellen van de Eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Deze tumoren zijn gewoonlijk niet kwaadaardig, maar veroorzaken een abnormaal grote insulineproductie waardoor het bloedsuikergehalte te laag kan worden.

Intramusculaire injectie

Injectievloeistof door middel van spuit en naald direct in een spier spuiten.

Intraveneuze injectie

Injectievloeistof door middel van een spuit en naald direct in een bloedvat spuiten.


Bron: dvnregiohaaglanden.nl

Persoonlijke instellingen