Ogen

Uit DiabetesWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Ogen

Vrijwel iedereen met diabetes krijgt op de lange termijn complicaties aan de ogen. Gelukkig zijn niet alle klachten even ernstig, en niet iedereen krijgt er in dezelfde mate last van. De meeste oogproblemen zijn op tijd op te sporen en te behandelen.

Ogen bestaan uit verschillende onderdelen: ooglens, iris, pupil, hoornvlies, netvlies en oogzenuwen. Aan al deze onderdelen kan schade ontstaan.

Bij mensen met diabetes komt diabetische retinopathie het meest voor. Dit is de benaming voor beschadigde en vernauwde bloedvaatjes in het netvlies (het retina) als gevolg van de diabetes. Het netvlies is de lichtgevoelige binnenbekleding aan de achterzijde van de oogbol die de lichtprikkels aan onze hersenen doorgeeft.

Door de retinopathie verzwakken de bloedvaatjes en kunnen ze gaan lekken. Hierdoor krijgt het oog te weinig zuurstof. Als reactie hierop maakt het oog nieuwe bloedvaatjes aan. Deze tere bloedvaatjes gaan sneller kapot en zorgen voor nog meer bloedingen. Dit kan vervelende klachten geven en zonder behandeling zelfs tot slechtziendheid of blindheid leiden. De retinopathie bevindt zich meestal aan de buitenkant van het gezichtsveld, dus niet in het midden, waar we scherp zien. Retinopathie is ook een teken aan de wand voor het ontstaan van andere complicaties, zoals hart- en vaatziekten.

Bij snelle schommelingen van het bloedglucose kan de lens opzwellen of uitdrogen, en zo tijdelijk een slecht zicht veroorzaken. Dit komt doordat de lens niet goed doorbloed wordt en het dus langer duurt voordat de concentratie glucose binnen in de lens net zo hoog is als in het bloed.

Andere oogproblemen als gevolg van diabetes zijn:

  • een troebele ooglens (staar)
  • hoge druk van de oogbol (glaucoom)
  • dubbelzien door beschadiging van zenuwen die de oogspieren aansturen (neuropathie)
  • verandering van de vorm van de ooglens
  • aantasting van het hoornvlies
  • vochtophoping in het middelste deel van het netvlies (macula oedeem)

Wat merkt u ervan?

Klachten die u kunt krijgen:

  • minder scherp zien
  • minder goed kleuren kunnen zien
  • dubbel zien
  • waas voor de ogen
  • nachtblindheid
  • pijn aan de ogen
  • ogen minder goed kunnen bewegen
  • oogontstekingen
  • duidelijk slechter kunnen zien
  • plotselinge slechtziendheid

Sommige van deze klachten kunnen tijdelijk zijn, zoals wazig of vlekkerig zien en ooginfecties. Deze klachten verdwijnen vaak weer als de bloedglucose weer normaal is. Andere zijn blijvend. Retinopathie merkt u meestal zelf pas als het ernstig mis is. Laat uw ogen daarom jaarlijks controleren.

Oorzaken

  • Hoe langer u diabetes heeft, hoe meer kans op oogklachten.
  • Een te hoge of te lage bloedglucose en schommelingen in de bloedglucose kunnen leiden tot tijdelijke klachten of tot onherstelbare oogbeschadiging.
  • Duidelijke risicofactoren zijn overgewicht, hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterolgehalte.
  • Wie al andere complicaties heeft, met met name nierproblemen, heeft een grotere kans op oogproblemen.

Behandelmethoden

Bij afwijkingen bepaalt de oogarts of en hoe er behandeld moet worden. Met een laserstraal kunnen lekkende bloedvaatjes worden gedicht en kunnen nieuwe, slechte vaten worden weggebrand. Daardoor gaat u niet beter zien, want er ontstaat littekenvorming op de plekken waar gelaserd wordt. Maar het voorkomt ergere problemen, zoals blindheid. Bij sommige klachten is een operatieve ingreep vereist.

Oogproblemen in een beginstadium zijn goed tegen te gaan. Maar voor alle complicaties geldt dat voorkomen beter is dan behandelen. Een goede bloedglucose, een gezonde leefwijze, regelmatige controle en een tijdige behandeling helpen oogproblemen vertragen of verminderen. Ook lichamelijke inspanning zoals sport en tuinieren hebben een gunstig effect op retinopathie.

Hoe vaak moet u zich laten controleren?

Laat uw ogen minimaal elke twee jaar controleren door de oogarts. Uw huisarts, diabetesverpleegkundige of internist kan u doorverwijzen naar de oogarts. Van uw oogarts kunt u het advies krijgen uw ogen regelmatiger te laten controleren, bijvoorbeeld één keer per jaar of zelfs één keer per half jaar.

  • Heeft u diabetes type 1 en is dat pas net ontdekt, laat u dan binnen vijf jaar voor de eerste keer controleren.
  • Mensen met diabetes type 2 moeten binnen drie maanden na de diagnose een oogonderzoek laten doen.
  • Zijn er risicofactoren in het spel (langer dan 10 jaar diabetes, slechte instelling, hoge bloeddruk, overgewicht, slechte nierfunctie, puberteit of Hindoestaanse afkomst), dan wordt u vaak jaarlijks gescreend.
  • Zwangere vrouwen moeten zich extra vaak laten controleren. Vooral de eerste maanden vormen een kritieke periode.

Meer weten

Persoonlijke instellingen