School

Uit DiabetesWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Diabetes en school

Een kind met diabetes loslaten is niet gemakkelijk. Toch komt er een moment dat een kind naar school gaat en met vriendjes en vriendinnetjes wil spelen, of alleen naar een sportclub of een feestje wil gaan. Het enige wat u als ouder kunt doen, is deze stappen goed voorbereiden. Zowel met uw kind, als met mensen in de omgeving van uw kind.

Wat de school moet weten

Als uw kind naar de basisschool gaat, is het belangrijk de meester of juf goed te informeren. Zorg dat uw kind op school een rustige ruimte heeft waar het insuline kan spuiten en dat er een glucagonspuit in de koelkast wordt bewaard. Uw kind moet altijd mogen eten als het een hypo heeft of voelt dat het er tegenaan zit, en altijd naar de wc mogen als het hoog zit. Verder heeft een kind met diabetes recht op extra tijd voor proefwerken (zie ‘Recht op extra examentijd’ onder ‘Pubers en diabetes type 1’).

Voor meesters en juffen is een folder samengesteld met informatie en tips. Deze is te downloaden op de site van de SugarKidsClub.

Praktische tips voor de docent

  1. Iemand met diabetes hoeft niet suikervrij te eten. Suikervrije producten zijn niet per definitie beter dan ‘gewone’ producten.
  2. Wel moet rekening worden gehouden met het aantal koolhydraten.
  3. Wat drinken betreft, gaat de voorkeur uit naar light dranken. Dit geldt niet als het kind een hypo heeft!
  4. Leerlingen met diabetes mogen eten en drinken wanneer zij wensen. Eten of drinken kan noodzakelijk zijn om hypo’s snel op te vangen en te verhelpen. Een hypo betekent dat er te weinig glucose in het bloed zit. Signalen hiervan zijn zweten, trillen of beven, hoofdpijn, duizeligheid, verminderde concentratie, vermoeidheid, onduidelijk praten, hongerig zijn, prikkelingen om de mond, wazig zien of stemmingswisselingen (koppig, prikkelbaar, stuurs of juist opvallend lacherig/giechelig).
  5. Een kind met diabetes kan meestal zelf de bloedglucose meten. Laat het kind dus rustig meten, en eten of drinken, tijdens de les. Ook al mag de rest van de groep dat niet. Als een traktatie wordt uitgedeeld, mag een kind met diabetes deze bewaren tot het tijdstip dat het gewend is te eten. Het kind kan zelf kiezen wat het eet: het vaste tussendoortje of de traktatie.
  6. Glucosegehalte lager dan 5 mmol/l: niet sporten, eerst 15 gram ‘snelle’ koolhydraten gebruiken.
  7. Glucosegehalte tussen de 5-16 mmol/l: sporten mag, maar wel 15 gram extra koolhydraten per half uur sporten gebruiken.
  8. Glucosegehalte hoger dan 16 mmol/l: eerst het glucosegehalte verlagen, daarna pas gaan sporten
  9. Het is goed om een keer in de groep te bespreken dat een kind medicatie gebruikt, zoals een insulinepen of insulinepomp. Wellicht schaamt het kind zich ervoor, zijn andere kinderen nieuwsgierig of vinden zij het raar. Het is goed om dit in de gaten te houden.
  10. Ziekte en verkoudheid kunnen ontregelingen veroorzaken bij een kind met diabetes. Braken betekent: meteen de dokter of de ouder bellen!

Tot slot: extreme hypo’s met bewustzijnsverlies, rollende ogen of schokkende bewegingen komen gelukkig zelden voor. Waarschuw bij één van deze verschijnselen zo snel mogelijk een ouder of een arts zodat één van hen glucagon kan inspuiten. Een hypo gaat over, zodra er weer voldoende glucose in het bloed komt. Geef een kind met deze symptomen geen eten of drinken.

Recht op hulp

Als de leraar niet wil meten en spuiten

Niet alle leerkrachten willen bij kinderen met diabetes bloedglucosewaarden meten en/of insuline toedienen. Scholen zijn hiertoe ook niet verplicht, omdat ze alleen een zorgplicht hebben, geen medische handelingsplicht. Als uw kind op een school zit waar de leerkrachten niet willen meten of spuiten, kunt u de thuiszorg inschakelen. Deze komt dan langs op school. Een andere mogelijkheid is in overleg met de kinderarts de behandeling aanpassen.

Wet Gelijke Behandeling

Vanaf augustus 2009 geldt de Wet Gelijke Behandeling voor mensen met een chronische ziekte ook voor kinderen op de basisschool en het voortgezet onderwijs. Dit betekent dat scholen kinderen met diabetes dan niet zomaar mogen weigeren of naar huis sturen. Ook moeten ze redelijke aanpassingen doen, zodat het kind goed onderwijs kan volgen. Meer informatie vindt u op mensenrechten.nl.

Rugzak

Wanneer uw kind met diabetes naar een reguliere basisschool of middelbare school gaat, maar wel extra hulp nodig heeft, kunt u in sommige gevallen een beroep doen op De Rugzak. Dat is een andere naam voor de wet op de leerlinggebonden financiering (lgf-wet). Via deze wet kunt u extra geld krijgen voor bijvoorbeeld extra begeleiding op school. Meer informatie over deze regeling en de voorwaarden vindt u op www.oudersenrugzak.nl. De Rugzak informatielijn: 0800 - 5010 (gratis) of (030) 297 06 89.

Het systeem van leerlinggebonden financiering verdwijnt per 1 augustus 2014. Het geld van de rugzakjes wordt dan gebundeld bij de samenwerkende schoolbesturen in een regio (het samenwerkingsverband). Die bepalen vervolgens hoe het geld zo doeltreffend mogelijk kan worden ingezet in de klas. Ga voor meer informatie naar rijksoverheid.nl

Extra examentijd

Recht op extra examentijd

Scholieren met diabetes, maar ook volwassenen die een opleiding volgen, kunnen extra examentijd aanvragen, aangezien examenspanning en stress invloed hebben op de bloedglucosewaarden. Hoge en lage bloedglucosewaarden hebben een negatieve invloed op de prestaties tijdens examens, omdat zij onder andere hypo’s, hypers en concentratiestoornissen tot gevolg kunnen hebben.

Voor de aanvraag van extra tijd voor het examen (centraal examen en schoolonderzoek) voor iemand met diabetes gelden dezelfde regels als voor iemand met dyslexie. Deze regels zijn gebaseerd op artikel 55, lid 2 van het eindexamenbesluit. Een verminderde tijdsdruk vermindert de stress. Dit komt vervolgens ten goede aan de bloedglucosewaarden, waardoor de concentratie aanzienlijk kan verbeteren.

De directeur van de school beslist over de aanvraag voor extra examentijd. Er zijn twee voorwaarden waaraan de aanvraag moet voldoen:

  1. Er is een medische verklaring nodig van internist of huisarts, waarin staat aangegeven dat examens bloedglucoseverhogend/verlagend kunnen werken met daaruit volgend de negatieve bijeffecten, zoals een hypo of hyper of verminderde concentratie.
  2. De school moet tijdens de schoolloopbaan van de leerling al eerder de gelegenheid hebben gegeven voor extra tijd bij toetsen.

Als aan beide voorwaarden is voldaan, kan de directeur ontheffing aanvragen bij de Inspectie Voortgezet Onderwijs. Dient uw zoon of dochter een zelf een aanvraag voor extra examentijd in, dan kan hij of zij deze informatie ‘Recht op extra examentijd’ printen en ter informatie bijvoegen.

Behalve extra tijd is het essentieel dat iemand met diabetes tijdens het examen de mogelijkheid krijgt om de bloedglucosewaarde te controleren. Bij te hoge of te lage waarden moeten tijdens het examen maatregelen getroffen worden. Dit kan door het eten van koolhydraatrijk voedsel, druivensuiker of boterhammen (bij te lage waarden) of door het spuiten van insuline (bij te hoge waarden).

Meer weten

  • Op DiabetesTrefpunt kunt u met andere ouders ervaringen uitwisselen over de zorg voor een kind met diabetes
  • Op www.diabetesopschool.nl is veel informatie te vinden over dit onderwerp.
  • De stichting Artsen voor kinderen heeft een lespakket over diabetes gemaakt voor scholen: Zoet Bloed. Dit pakket kunnen scholen tegen betaling van de verzendkosten bestellen via www.artsenvoorkinderen.nl.
Persoonlijke instellingen