Vetten

Uit DiabetesWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Vetten hebben we nodig vanwege de vitamine A, D, E en een aantal essentiële vetzuren die ze bevatten. Vet is dus belangrijk. Dat geldt alleen voor de onverzadigde vetten (ook wel vetzuren genoemd). Die kunnen uw cholesterolgehalte verlagen, waardoor de kans op hart- en vaatziekten afneemt.

Waarom is het belangrijk op uw hoeveelheid vet te letten?

  • Minder vette voeding verbetert het cholesterolgehalte en verlaagt daardoor de kans op hart- en vaatziekten.
  • Als u minder vet eet, krijgt u meestal ook minder calorieën binnen. Hierdoor kan afvallen mogelijk worden. Afvallen levert vaak een betere insulinegevoeligheid op en betere bloedglucosewaarde.
  • Normaal gesproken bewaakt de lever het evenwicht tussen de hoeveelheid cholesterol en triglyceriden in het bloed en de lever. Een insulinetekort als gevolg van diabetes kan dit evenwicht verstoren. Het cholesterol en de triglyceriden in het bloed gaan dan omhoog, met onder andere als gevolg een hogere kans op hart- en vaatziekten.

Waar moet u opletten als u vetten eet?

  • Belangrijk is het soort vet dat u eet. Beperk het gebruik van verzadigd vet en transvetten. Deze vetten verhogen uw cholesterolgehalte en dus het risico op hart- en vaatziekten. Neem in plaats daarvan onverzadigde vetten.
  • Verzadigd vet zit in dierlijk vet, zoals vet vlees en worst, maar ook in plantaardige margarine, volvette melkproducten zoals kaas, koek, gebak, chocolade, snacks, zoutjes, bladerdeeg en fastfood. Transvet komt soms voor in frituurvet voor de horeca en in koekjes en gebak. Op het etiket kan de vermelding 'plantaardig vet, gedeeltelijk gehard' of 'gehydrogeneerd vet' wijzen op transvet.
  • Onverzadigde vet zit vooral in alle soorten oliën, dieetmargarine, halvarine, vloeibaar bak-, braad- en frituurvet, sladressing op basis van olie, vette vis, noten zoals walnoten, pinda's en hazelnoten, pindakaas en andere notenpasta's en halfvolle en magere produchten.
  • Zoek naar een goede verhouding tussen de verschillende soorten onverzadigde vetzuren. Varieer met verschillende plantaardige oliën.
  • Eet bij voorkeur twee keer per week vette vis (makreel, zalm, haring, bokking, heilbot, sprot, sardientjes). Hierin zitten meervoudig onverzadigde vetzuren, de omega-3-vetzuren. De omega-3-vetzuren hebben een gunstige invloed op de vetstofwisseling. Eet u geen vis? Bespreek dan met uw arts of diëtist of het zinvol is om visoliecapsules te gebruiken en wat de juiste dosering is.
Persoonlijke instellingen