Ziekte

Uit DiabetesWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Ziek, zwak, misselijk èn diabetes?

Een verkoudheid, koortsig zijn, misselijkheid, diarree…allemaal klachten die iedereen wel eens heeft. Meestal is er niets ernstig aan de hand en is een paar dagen uitzieken voldoende. Maar bij diabetes kan het serieuze gevolgen hebben: ontregeling, hypo’s, hypers en zelfs keto-acidose (verzuring van het bloed) liggen op de loer. Wanneer dan ook nog de inname van voeding, drinken en medicijnen verstoord raakt is soms een ziekenhuisopname nodig om alles weer in het gareel te krijgen. Praktische tips en aandachtspunten kunnen hopelijk een dergelijke escalatie voorkomen.

Wat verandert er in het lichaam als er sprake is van lichte stoornissen? Per klacht kan dat dat erg verschillen: je ziek voelen is niet altijd een goed graadmeter voor de ernst van de verstoringen in het lichaam. Met koorts kun je je nog redelijk goed voelen terwijl je mogelijk wel tegen verzuring aan zit. Terwijl een flinke verkoudheid zonder koorts je een paar dagen aan bed kan kluisteren zonder de bloedglucosewaarden noemenswaardig te beïnvloeden. Hoe kan het dat er zulke grote verschillen zijn?

Koorts als gevolg van infecties en ontstekingen is de grootste boosdoener m.b.t. ontregelingen. Koorts is te beschouwen als een lichamelijke vorm van stress waarbij extra stresshormonen aangemaakt worden. Hierdoor wordt het lichaam bij een temperatuur hoger dan 38˚C ongevoeliger voor insuline. Ook bij een ontsteking (zoals een blaasontsteking, een steenpuist, griep of bronchitis) worden meer stresshormonen geproduceerd. Met andere woorden: de bloedglucosewaarden gaan omhoog. Wie insuline spuit heeft daarom bij koorts minstens dezelfde hoeveelheid, maar vaak nog meer insuline nodig dan normaal. Ook wanneer hij minder eet dan normaal. Iemand die tabletten gebruikt zal een hogere dosering nodig hebben of tijdelijk insuline moeten toegediend krijgen. Vaak wordt gedacht: “Ik heb nu even wat hogere waarden, maar dat komt omdat ik ziek ben. Dat is straks weer voorbij.” En wordt de behandeling ongewijzigd voortgezet. Dit is niet juist! Door verhoogde bloedglucosewaarden kan een ontsteking juist langer aanhouden en tot extra ontregeling en complicaties leiden. Denk maar aan een bronchitis die ontaardt in een complete ontregeling met longontsteking en ziekenhuisopname. Dus: neem altijd contact op met uw arts over welke aanpassingen nodig zijn.

Verkoudheid zonder koorts

Je voelt je ziek met lopende neus en wattenhoofd, maar echt een verstoring van de diabetes geeft verkoudheid meestal niet. Dus op geleide van de bloedglucosewaarden kan het nodig zijn minder te spuiten (bijvoorbeeld doordat je ook minder eetlust hebt of omdat je veel slaapt) of juist meer te spuiten (bijvoorbeeld doordat je veel minder beweegt). Helaas is de dosering van tabletten minder flexibel; overleg met uw behandelaar over eventuele maatregelen. Inzicht in de bloedglucosewaarden door zelfcontrole is dan heel belangrijk. Het kan u helpen om juiste beslissingen mbt gewoon of minder eten te nemen

Weinig eetlust

Meestal vergaat je de trek in eten als je je niet lekker voelt. Is dit een probleem? Bij koorts en ontstekingen zijn de bloedglucosewaarden al hoger (zie uitleg boven) en zal minder eten niet direct tot hypo’s leiden. Maar: goed controleren van de bloedglucosewaarden blijft erg belangrijk. Helemaal als de dosering van medicijnen ook verhoogd is. Gemakkelijk in te nemen: koolhydraten in vloeibare vorm zoals vruchtensap, vruchtenyoghurt, vruchtenkwark of vla, thee of limonade met suiker, waterijs. Fruit (in stukjes of als salade), een crackertje, een biscuitje of een beetje soep lukt vaak ook nog wel.

Misselijkheid/braken

Wanneer je misselijk bent en geen eten binnen kunt houden is er minder insuline nodig dan normaal. Minder spuiten dus, in ieder geval de maaltijdosering.kortwerkende insuline. Tabletten kunnen soms niet binnengehouden worden, waardoor de bloedglucosewaarden toch omhoog kunnen gaan. Ook hier geldt: meten is weten! Want door veel te hoge bloedglucosewaarden kan de misselijkheid ook versterkt worden. De regel Braken = Bellen is heel duidelijk: overleg met de arts/ziekenhuis wat je moet doen! Soms kan een kleinigheid eten (crackertje, soepstengel, biscuitje of beetje sap) toch een beter gevoel geven. Wanneer braken lang aanhoudt treedt vochtverlies met verschillende zouten (zoals natrium en kalium) op; blijven drinken is dan heel belangrijk. Het kan nodig zijn om extra vocht in combinatie met glucose/natrium en kalium te nemen.(zie hiervoor de uitleg bij diarree over ORS).

Diarree

Acute diarree is meestal het gevolg van een voedselinfectie, en gaat vaak gecombineerd met misselijkheid en braken. Probeer zo veel mogelijk te blijven drinken: 2-3 liter (dat zijn 15-20 kopjes!) heeft u dan echt nodig. Zorg dat u voldoende dranken bij de hand heeft en neem steeds een slokje: water, thee, bouillon, niet-heldere vruchtensappen (dus geen appelsap, druivensap of perensap). Het risico op uitdroging is heel groot. ORS oplossing is dan noodzakelijk voor aanvullen van vocht en zouten. Deze ORS bevat ook glucose om de opname van het vocht en zouten te verbeteren. De hoeveelheid glucose is zeer laag, 2 gram per 100 ml oplossing. In het algemeen is dat te weinig glucose om tot een hoge bloedglucosewaarde (hyper) te leiden. ORS is te krijgen bij de apotheek en drogist. Wanneer de eetlust verbetert kan in principe alles weer gegeten worden. Stoppende voedingsmiddelen bestaan eigenlijk niet dus er is geen noodzaak om met geraspte appel en slappe thee te beginnen. Neem eerst kleine hoeveelheden en breidt langzaam uit. Wees wel voorzichtig met sterk prikkelende voeding zoals bruine bonen, ui/prei, koffie. Ook kan de vertering van melksuiker tijdelijk verstoord zijn, dus bouw geleidelijk aan de hoeveelheid melk weer op tot uw gebruikelijke aantal glazen.

Samenvattend

  • Koorts verhoogt de insulinebehoefte.
  • Minder eten verlaagt de insulinebehoefte
  • Minder beweging verhoogt de insuline behoefte
  • Koorts en weinig eetlust: evenveel of meer medicatie als normaal
  • Bij braken en diarree vaak minder insuline nodig

Vraag aan uw behandelend arts een schema waarmee u de dosering insuline kunt aanpassen. Overleg met uw arts over het al dan niet verhogen van de hoeveelheid tabletten. Zorg dat u de mogelijkheid heeft zelf bloedglucosewaarden te controleren.

Persoonlijke instellingen