Zwangerschapsdiabetes

Uit DiabetesWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Wat is het?

Zwangerschapsdiabetes is een vorm van glucose-intolerantie (diabetes) die ontstaat en wordt ontdekt tijdens de zwangerschap, meestal vanaf de 24e zwangerschapsweek. Soms blijkt zwangerschapsdiabetes een niet eerder ontdekte diabetes type 2, die dus ook al voor de zwangerschap bestond. Dit is vast te stellen door middel van een onderzoek, 6-12 weken na de bevalling.

Hoe vaak komt het voor?

Bij ongeveer 2-5% van de zwangeren, met name op een leeftijd > 25 jaar, en bij vrouwen die al eerder een te zwaar kind hebben gekregen.

Bij wie komt het voor?

Bij een klein deel van de zwangere vrouwen in de tweede helft van de zwangerschap.

Wat is de oorzaak?

De oorzaken zijn nog niet helemaal duidelijk. Tijdens de zwangerschap treden er wijzigingen op in de stofwisseling van koolhydraten. Dit gebeurt onder invloed van de hormonen die worden aangemaakt door de placenta. Deze hormonen remmen de werking van insuline af. Tijdens een normale zwangerschap vangt het lichaam dat op door extra insuline aan te maken, maar bij iemand met zwangerschapsdiabetes gebeurt dat onvoldoende. Daardoor stijgen de bloedglucosewaarden.

Wat zijn de klachten?

Duidelijke klachten zijn er meestal niet. Meestal wordt zwangerschapsdiabetes vermoed door een (te) grote baby, bovenmatig veel vruchtwater of een te grote moederkoek.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Door middel van een ‘Glucose Belastings Test’. Bij deze test krijgt de zwangere vrouw 50 gram glucose. Een uur daarna wordt gemeten hoe hoog de bloedglucosespiegel is. Is deze hoger dan 7,8 mmol, dan worden er vervolgtesten gedaan.

Hoe is het te behandelen?

In eerste instantie krijgen vrouwen een individueel dieetadvies en een advies voor gewichtcontrole. Ongeveer 15% van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes moet insuline spuiten. Net als bij ‘gewone’ diabetes gaat het erom een evenwicht te vinden tussen de hoeveelheid insuline, het aantal koolhydraten dat u binnenkrijgt en de mate waarin u beweegt. In het begin is het een heel gedoe, maar het went na verloop van tijd. Uiteraard krijgt u ondersteuning van de gynaecoloog, de internist, de diabetesverpleegkundige en de diëtist. Voor uitgebreide informatie en leefstijladviezen kunt u ook terecht bij DVN.

Welke mogelijke complicaties zijn er?

Omdat de baby meestal groot is bij zwangerschapsdiabetes, is er een grotere kans op een moeilijkere bevalling en op een keizersnede en een geboortetrauma. De moeder heeft vaak last van een verhoogde bloeddruk. Door de bloedglucose en de bloeddruk goed te regelen, worden de meeste risico’s geminimaliseerd. Het kindje heeft géén verhoogd risico op aangeboren afwijkingen.

Gaat het over?

In de meeste gevallen is de bloedglucose 24 uur na de geboorte alweer normaal. Echter: bij een volgende zwangerschap ontstaat er meestal weer zwangerschapsdiabetes. Goed om te weten: binnen vijf jaar na de bevalling ontwikkelt 50% van de vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad, diabetes type 2 (10% per jaar). Heeft u zwangerschapsdiabetes (gehad)? Laat u zich in de jaren na de bevalling dan geregeld onderzoeken op diabetes én houdt een gezonde leefstijl aan om de kans op ontwikkeling van diabetes type 2 te reduceren.

Persoonlijke instellingen